|
Abdij van 't Park |
|
Stichting De stichting van de abdij van 't Park voert ons terug tot het jaar 1129, toen Godfried I met de Baard, graaf van Leuven en hertog van Neder-Lotharingen, aan Walter, abt van de premonstratenzerabdij van Laon in Noord-Frankrijk, vroeg om even buiten Leuven een abdij op te richten. Premonstratenzers worden ook wel naar hun stichter Norbertus (1080-1134) "norbertijnen" of naar hun kleding witheren genoemd. Ordestichter Norbertus voorzag in zijn leefregel, feitelijk een overname van de regel van Sint-Augustinus, niet enkel in een goed uitgebalanceerd gemeenschapsleven binnen de abdijmuren, maar benadrukte tevens het belang van apostolaat en parochiezorg voor de priesterkanunniken. De Parkabdij bouwde dan ook in de loop der eeuwen een netwerk uit van parochies, bediend door buitenheren, dit zijn van uit de abdij gedetacheerde kanunniken. Voor de vestiging van de nieuwe instelling stond de hertog zijn wildpark (parcus ferarum) annex jachtslot af. In navolging van zijn heer schonk Tyetdelinus, meier van Leuven, aan de jonge abdij een watermolen en enkele aanpalende gronden langs de huidige Molenbeek. Zodra de communauteit twaalf leden telde, een verwijzing naar het getal der apostelen, kwam er een einde aan de nauwe samenwerking met de Franse moederabdij. Park werd een zelfstandig huis, waar de kanunniken het voorrecht genoten hun eigen abt te kiezen, die vervolgens werd gewijd door de bisschop. Nauwelijks een jaar na de stichting telde de abdij reeds het vereiste aantal van twaalf. Sirnon de Saint-Maurice werd de eerste verkozen abt. Als patrones kozen de kanunniken de Maagd Maria. Daarom kreeg hun gemeenschap de plechtige Latijnse benaming conventus Sanctae Mariae de Parco. In de volksmond en in het Middelnederlands verwaterde dit tot "de abdij van Park", een duidelijke verwijzing naar het hertogelijk jachtpark van weleer.
|
|
|