|
Abdij van 't Park |
|
1129 Godfried I met de Baard, graaf van Leuven en hertog van Brabant,
schenkt zijn jachtpark even ten zuidoosten van Leuven aan de norbertijnen van de Noord-Franse Sint-Martinusabdij van Laon. De religieuzen
starten vrijwel onmiddellijk met de oprichting van hun klooster. De norbertijnen bouwen gestadig verder aan hun huis, dat zijn
naam dankt aan het voormalige hertogelijke jachtpark. Uit deze periode dateert de eerste abdijkerk in Maasromaanse stijl. De abdij deelt in de malaise die het instituut Kerk treft. In het
Bourgondische tijdvak verslapt de kloostertucht door de toegenomen welvaart. De aloude norbertijnentradities van parochiezorg en gemeenschapsleven
stokken. Abt Diederik Van Tuldel zet de kentering in. Hij rationaliseert
het goederenbeheer en maakt een einde aan de wanpraktijken. In 1462 verkrijgt Van Tuldel voor zichzelf en zijn opvolgers het voorrecht van de
pontificalia, dat wil zeggen het voorrecht mijter en staf te dragen tijdens de eucharistie. Dit is de regeerperiode van Keizer Karel V. Sterke abten verzetten
zich tegen het vorstelijke placet van belangrijke kerkelijke ambten en behoeden net als hun voorgangers 't Park
voor de hinderlijke commende: de
toewijzing van abdijen door de overheid, aan onbevoegden, louter voor de
inkomsten. De abdij deelt in de klappen van de burgeroorlog tussen de
Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden en flirt herhaaldelijk met het bankroet. De prelaten Jan Druys en Jan Maes zetten een langzaam herstel in.
Als visitator van de Leuvense universiteit tekent Drusius in 1617 de krijtlijnen van het nieuwe organieke reglement van de
Alma Mater. Een
belangrijk beleidsdocument dat de maatschappelijke voortrekkersrol van de prelaten van de Parkabdij illustreert. Onder het abbatiaat van Libert de Pape bereikt de abdij het
toppunt van haar mogelijkheden. De eindeloze peripetieën van de burgeroorlog zijn voorgoed achter de rug en de Kerk en de kloosters
floreren onder het
gunstig gesternte van de Contrareformatie. Dankzij de teruggekeerde rust zorgt het uitgestrekte landbouwdomein van de abdij, 3300
ha cijns- en tiendenland niet meegerekend, opnieuw voor welvaart. Er is nu ruimte voor
investeringen. Abt de Pape bouwt onder andere de huidige hoeve en tiendenschuur. De opvolgers van Libert de Pape werken voort in dezelfde geest.
Grote verschuivingen blijven uit. Prelaat Hieronymus de Waerseghere start grootse verbouwingen.
Systematisch worden de abdijpoorten, de kerk en de prelatuur aangepast aan de classicistische stijl van het moment. 't Park beleeft een rustige
en voorspoedige tijd. In 1723 telt de abdij 48 inwonende kanunniken, een aantal dat nadien niet fel meer toeneemt. Met het aantreden van de Oostenrijkse Keizer Jozef II breekt voor de Kerk en de religieuzen een moeilijke periode aan. De keizer wil de invloed van de Kerk in het maatschappelijk gebeuren drastisch terugschroeven. Hij schaft onder meer de volgens hem nutteloze contemplatieve kloosters af en beslist om de priesteropleiding te centraliseren in Leuven, in een nieuw seminarie-generaal, . 1789 De novicen van de Parkabdij weigeren hun priesterstudies te doen aan het seminarie van de keizer. Na herhaaldelijke dreigementen van overheidswege wordt de abdij afgeschaft en moeten de kloosterlingen 't Park verlaten. Het radicale project van de keizer wekt veel aversie op. De Brabantse Omwenteling brengt een ommekeer. Het Oostenrijkse regime wordt tijdelijk verdreven. 1790 De abdij kan zich heroprichten. Een snelle Oostenrijkse restauratie,
onder leiding van Keizer Leopold II, broer en opvolger van de overleden Jozef II,
houdt dit proces niet tegen: abdijen en kloosters
waarvan het genaaste goed nog niet was verkocht, krijgen dat zelfs onvoorwaardelijk terug. De Zuidelijke Nederlanden gaan, na een definitieve nederlaag van de
keizerlijke legers tegen de Franse revolutionaire troepen, voor het Oostenrijkse keizerrijk verloren. De nieuwe bewindvoerders, radicale
republikeinen, willen een definitieve breuk met het verleden. Voor het Alle kloosters en abdijen worden opgeheven. Soldaten en ambtenaren van het nieuwe regime verdrijven de Parkheren
uit hun huis. De abdij en al haar eigendommen worden staatseigendom. Dankzij een stroman kan een fractie van het patrimonium worden teruggekocht.
Hiervan resten vandaag nog de huidige abdijsite en 40 ha belendende gronden. Dankzij de vooruitstrevende grondwet van het nieuwe Koninkrijk België
slagen de "overlevers" van de Franse tijd erin om hun abdij opnieuw op te starten. Voor 't Park, net als voor alle religieuze instellingen, brachten
de Fransen een onherstelbare breuk met het verleden. Het uitgestrekte domein was met de uitdrijving in 1797 genationaliseerd en openbaar verkocht. 1887-1897 Onder het abbatiaat van Franciscus Versteylen komt de abdij terug op kruissnelheid. 1898 De oprichting van een missiehuis in Brazilië illustreert het herwonnen
vertrouwen in de toekomst. Vandaag zet een afgeslankte groep kanunniken, broeders en buitenheren de traditie van gemeenschapsleven en pastoraal voort. |
|
|