|
Abdij van 't Park |
|
Kapittelzaal De oostelijke pandvleugel met de kapittelzaal werd tussen 1558 en 1562 Binnen draagt een zware zuil het kruisribgewelf.
Aan de muren illustreren grote doeken episodes uit het leven van
ordestichter Norbertus (1080-1134). De twee schilderijen links en rechts van de toegangsdeur zijn van de uit Aarschot
afkomstige Pieter ]ozef Verhaghen (1728-1811), hofschilder
van landvoogd Karel van Lotharingen en wel eens de laatste vertegenwoordiger van de
rubensiaanse traditie genoemd. In de kapittelzaal komen de Parkheren dagelijks samen voor het koorgebed, om eucharistie te vieren en voor de lezing uit het necrologium, dit is een lijst met de namen van al hun overleden voorgangers. Vóór Vaticaan II werd de ruimte uitsluitend gebruikt als vergaderplaats voor het in "kapittel" verzamelde convent. Op onregelmatigheden betrapte religieuzen kregen er een vermaning ("iemand kapittelen"). Tot in de 15de eeuw werden de abten bijgezet in de kapittelzaal. De sterk verweerde gotische grafplaat van abt Gerard van Goetsenhoven (15de eeuw), die centraal voor de zuil staat, herinnert nog aan deze oude traditie. Na de dood van de abt kwamen alle kanunniken samen in de kapittelzaal en kozen er democratisch uit eigen midden een nieuwe abt. Vandaar de uitdrukking "een stem in het kapittel hebben". Bij de geheime stemming herinnerden de grafstenen van de overleden abten de religieuzen aan de opeenvolging van leven en dood, van oud en nieuw. De gotische nissen die tijdens de restauratiewerken in 1902 zijn blootgelegd verwijzen naar een vroegere bouwcampagne. Door deze openingen konden de broeders vanaf de gang de gesprekken in het kapittel volgen. |
|
|